Slim sparen: verdeel en heers!

Meest gelezenBest gewaardeerd
Waardeer dit artikel
(4) (0 stemmen)

Door Frank Burger (Afforce, VOFP)

7 augustus 2006

Als het gaat om vermogensopbouw of inkomen voor later dan zijn er verschillende manieren om dit te realiseren. Voorbeelden hiervan zijn sparen, beleggen, pensioen via de werkgever en koopsompolissen. Zoals bij alles hebben mensen een bepaalde voorkeur voor het één of ander die niet direct is ingegeven door het verstand, maar meer door een gevoel.

Ik zal een aantal redenen geven waarom je zoveel mogelijk gebruik moet maken van spreiding van je spaargeld. De rode draad in dit verhaal is vooral het fiscale aspect en minder het spreiden van risico´s.

Pas op voor struikrovers!
Aan struikrovers, ook wel belastinginspecteurs genoemd, valt tegenwoordig bijna niet meer te ontkomen. Vroeger kwamen zij bij je langs met paard en wagen en een grote geldkist waarin je je belastingcenten moest deponeren. Met een beetje geluk kon je hen ontlopen maar in het digitale tijdperk lukt dat echt niet meer. Laten we dus proberen om zo weinig mogelijk te betalen, door slim om te gaan met ons spaargeld en de opbouw van ons pensioeninkomen.

Kies de beste boxen
Sinds 2001 kennen we het boxensysteem. Inkomen, in welke vorm dan ook, valt in een bepaalde box en wordt volgens de regels van die box belast. De belangrijkste kenmerken van de boxen zijn:

BOX 

Belastbaar inkomen uit 

Te verrekenen uitgavenBelasting/premies 
 I Werk en woning

 Hypotheekrente, lijfrentepremies,
pensioenpremies, levensloop inleg

 Progressief 34% tot 52%
 II Aanmerkelijk belang  25%
 II Sparen en beleggen  30% over 4% fictief rendement

Voor dit €xperlog zijn alleen Box I en III van belang. Box II is relevant voor (mede)eigenaren van een BV of NV. In Box I wordt je inkomen belast en kun je bepaalde uitgaven aftrekken. Omdat naarmate je meer verdient je meer belasting gaat betalen is het zaak om als dat mogelijk en zinvol is aftrekposten te creëren waardoor je minder belasting betaalt. In Box III valt je spaargeld en bijvoorbeeld een 2e woning. Er geldt een vrijstelling van circa € 20.000,- per persoon dus € 40.000,- voor een echtpaar. Voor elk minderjarig kind komt daar nog € 2.600,- bij.

Wat levert me dat op?
Met bovenstaande informatie kun je ervoor zorgen dat je nu en/of in de toekomst minder belasting betaalt. Door het sturen van inkomen en vermogen over de verschillende boxen bespaar je veel belasting. Een rekenvoorbeeld:

Echtpaar beiden 55 jaar zonder kinderen
Belastbaar inkomen € 50.000,-
Vermogen € 200.000,-
Geen pensioenopbouw, koopsompolissen etc.
Per jaar wordt € 6.000,- gespaard

Dit echtpaar betaalt in 2006 aan belasting:

Box I                  € 19.500
Box III                €   1.900
Af heffingskorting €   5.300
Totaal                 € 16.100

Door het spaargeld in bijvoorbeeld een levensloopregeling te storten wordt een behoorlijk belastingvoordeel behaald.
Dit echtpaar betaalt dan in 2006 aan belasting:

Box I                  € 16.900
Box III                €   1.900
Af heffingskorting €   5.300
Totaal                 € 13.500

Het geld uit de levensloopregeling kan t.z.t. worden omgezet in pensioen. Omdat er verder voor deze mensen alleen AOW is wordt het pensioen tegen slechts 16% belast, terwijl de inleg steeds tegen 42% is afgetrokken.

Uiteraard is dit een enigszins gechargeerd voorbeeld, maar het geeft wel aan dat alleen sparen in Box III niet verstandig is. Zoals het ook niet verstandig is om al je spaargeld in pensioenregelingen of koopsompolissen storten.

(Be)spaarfactoren
Welke afwegingen spelen verder een rol bij sparen voor later? Naast het eerder toegelichte fiscale aspect spelen ook een aantal andere zaken een rol bij het realiseren van toekomstig inkomen/vermogen. Dit zijn:

  1. Liquiditeit (pensioen, lijfrentepolissen en levensloop is fiscaal geblokkeerd geld)
  2. Risicospreiding (als je belegt neem dan ook pensioen en (hypotheek)polissen mee in de risicoanalyse)
  3. Kosten van financiële producten (een lijfrentepolis kent vaak hoge kosten)
  4. Gevolgen bij overlijden (bij sommige verzekeringen gaat de poliswaarde na overlijden naar de verzekeraar)

Wie slim spaart door zijn spaargeld te spreiden en bovenstaande factoren in acht neemt kan zijn portemonnee een groot plezier doen. Je ontloopt de struikrovers er nog steeds niet mee, maar je kunt ze wel met een minimale buit weer op pad sturen, en dat is ook wat waard…




Frank Burger FFP is onafhankelijk pensioenfiscalist en financieel planner bij Afforce te Beverwijk. Hij is lid van de Vereniging van Onafhankelijke Financiële Planners VOFP (vofp.nl).
Deze €xpertlogs zijn geschreven op persoonlijke titel. De informatie is niet bedoeld als professioneel (belasting)advies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde transacties. Bij ieder financieel advies moeten de specifieke persoonlijke omstandigheden worden meegenomen. Hoewel deze €xpertlog met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, aanvaardt de auteur geen aansprakelijkheid voor eventuele onvolledigheid of onjuistheid van informatie, of mogelijke gevolgen daarvan.

Reacties

Plaats een reactie

bouma, op 14 augustus 2006 14:32:34

ik heb een slechte ervaring met de koopsom.Ik heb eenkoopsom genomen en betaalde daarvoor provisie.bij het omzetten in een lijfrente moest ik weer bijna 10% aan provisie en kosten betalen.Bovendien komt er nu ook nog de inkomenafhankelijke ziektkosten premie bij.

Bert, op 14 augustus 2006 14:12:42

Hoezo 4% fictief rendement? Volgens mij valt er nergens 4% rendement te halen.

Cas van Dijck, op 11 augustus 2006 14:25:04

Grappig, diezelfde stof hadden we dit jaar bij Economie, en dat ging redelijk makkelijk, en nou snap k er niks meer van:D

Peter Gadellaa, op 10 augustus 2006 16:45:45

Bij kleine ondernemers die gebruik maken van de Oudedagsreserve (een aftrekpost in Box 1), valt wellicht te overwegen om daarvan een bedrag in een lijfrente polis te storten (dus buiten de onderneming). Hierbij dient men dan rekening te houden hoeveel aan liquiditeiten men gemiddeld per jaar (makkelijk) kan onttrekken aan de onderneming. Het voordeel zit in het feit dat bij wat tegenvallende jaren, een aftrek lijfrente blijft, die welliswaar gecorrigeerd wordt met de vrijval van eenzelfde bedrag uit de Oudedagsreserve, maar in daaropvolgende jaren meer aftrekmogelijkheden bied voor de Oudedagsreserve.

Geldzaken Home >